Direct naar inhoud

Onderzoek | Verhouding tussen rendement en risico beste bij ondernemingspensioenfondsen — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 13 maart 2019

Absolute rendementen zeggen weinig over de beleggingsprestaties van pensioenfondsen. Gecorrigeerd voor risico halen ondernemingspensioenfondsen de beste resultaten. Dat blijkt uit onderzoek van Pensioen Pro en First Pensions.

Nog geen toegang? Abonneer u op Pensioen Pro en krijg:

  • Onbeperkt online toegang tot pensioenpro.nl
  • Dagelijks het laatste pensioennieuws, achtergronden en opinie in uw inbox
  • Jaarlijks vier keer Pensioen Pro Magazine (inclusief de Vermogensbeheergids) in de bus
  • Volledig archief van Pensioen Pro en IPNederland vanaf 2009

2 reacties

  1. P. Pensioenfonds ERIKS
    5 jaar geleden

    Leuk onderzoek! Eén opmerking: als benchmark worden de “risicovrije verplichtingen” gehanteerd. Dat betekent dat de lat voor “groene” fondsen veel hoger ligt dan voor “grijze” fondsen (de dalende UFR werkt immers voor lange looptijden veel zwaarder door). Ik ben benieuwd of het gesloten Pensioenfonds ING nog steeds zo hoog scoort als hiervoor wordt gecorrigeerd.

  2. E. Beckers
    5 jaar geleden

    Interessante reactie en inderdaad goed om ook het effect vanuit de lange UFR rate te benoemen. De meest eerlijke vergelijking zou vanuit de waardering o.b.v. de swapcurve komen, maar dat wordt helaas nergens door de fondsen gerapporteerd. Wel hebben wij de vergelijking zo eerlijk mogelijk opgezet. Daarbij de volgende opmerkingen:

    – In 2015 waren er twee wijzigingen in de DNB RTS, met begin van het jaar het wegvallen van de 3-maands middeling en midden van het jaar de overgang naar de nieuwe UFR methodiek (met 10-jaars gemiddelde rente). Wij hebben voor alle fondsen volledig gecorrigeerd voor deze twee wijzigingen. Dit betekent dat er geen effect is in het relatief rendement vanuit de wijziging van de DNB RTS en in 2015 voor alle fondsen door de lichte rentestijging dat jaar het rendement verplichtingen licht negatief was. De aanpassing in de DNB RTS was net name ook extra nadelig voor groene pensioenfondsen, dus goed dat we daarvoor gecorrigeerd hebben.
    – In het jaar voor de vijf-jaars periode (in 2012) werd de UFR methodiek geïntroduceerd en dit was juist extra voordelig voor de groene fondsen. Bij een langere periode ligt de lat dus juist lager voor groene fondsen.
    – Dan is er nog de daling van de lange UFR rate vanuit het 10-jaars gemiddelde in de jaren na 2015 (2016 en 2017 voor dit onderzoek), waarbij deze afnam van 3,2% (eind 2015) naar 2,6% (eind 2017). Dit is inderdaad extra nadelig voor groene fondsen, maar het effect daarvan is echter beperkt. Wij hebben het effect van de gedaalde UFR rate berekend voor een fonds met een duration van 18,2 (de duration van ING per eind 2017) en een fonds met een duration van 23,3 (duration behorende bij hoogste 10% van de top 50 per eind 2017). Het verschil tussen beide is over de vijf-jaars periode genomen een verschil van 0,3% op het rendement verplichtingen. Corrigeren we ING voor dit verschil dan komen zij nog steeds op een performance ratio van afgerond 0,6%.
    – Bovenstaande toont aan dat met name ook het beleggingsbeleid (en niet het verschil groen vs. rijp) bepalend is geweest voor de score naar de verhouding tussen risico en rendement.

U moet ingelogd zijn en een geldig abonnement hebben om een reactie te mogen plaatsen.