Direct naar inhoud

Blijf ‘te bereiken pensioen’ vermelden — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 25 april 2017

Karin Raaijmakers van de AFM roept fondsen op het te bereiken pensioen niet meer te vermelden, omdat er nog veel kan veranderen. Rob Goedhart vindt dat een slecht idee dat niet in het belang is van de deelnemer.

horizon 2 HH.jpg
<br>Foto HH

Karin Raaijmakers riep eerder deze maand namens de AFM op om het ‘te bereiken pensioen’ niet meer bekend te maken aan deelnemers van pensioenfondsen. Nog afgezien van de vraag of dit iets is waar de AFM zich mee moet bemoeien, is dit een oproep die niet in het belang is van de consument.

Rob Goedhart.jpg
Rob Goedhart Rob Goedhart

In de jaren negentig verkochten verzekeraars massaal pensioenproducten. Dat konden ze enerzijds doen met fiscaal voordeel als verkoopmotief. De koopsom of premie was tot forse bedragen aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Anderzijds konden ze vrijelijk roepen dat ‘uw pensioenperiode  echt slecht wordt als u niets doet, dus doe het nu maar’. De consument kon die laatste bewering niet of nauwelijks checken, want hij kreeg geen (goed) inzicht in wat hij aan pensioen zou gaan krijgen.

Voor de Consumentenbond een reden om begin deze eeuw te eisen dat de consument beter voorgelicht moest worden over wat zijn pensioeninkomen zou gaan worden. Want in veel gevallen viel dat reuze mee en zouden die consumenten hun geld beter aan andere dingen kunnen  besteden dan aan onnodige en veel te dure pensioenverzekeringen. Het Uniform Pensioen Overzicht (UPO) verscheen en vervolgens ook mijnpensioenoverzicht.nl.

Raaijmakers roept nu op om niet meer te vermelden welk pensioen er bereikt zou worden – bij verdere opbouw –  vanwege ‘onzekere indexatiefactoren’. Dit is vanuit een erg puriteinse en juridische invalshoek bekeken. Bij mijn pensioenanalyses spreek ik met de klant af dat de informatie die we tot dan toe hebben het uitgangspunt is. En we doen alsof er in de toekomst niets verandert.  Als zo’n klant op dat moment pensioen opbouwt, gaan we ervanuit dat dat in de toekomst ook zo is. Het opgegeven ‘te bereiken pensioen’ is in ieder geval een stip op de horizon waarop je je kunt richten. Vervolgens stellen we vast dat deze analyse een momentopname is en dat je periodiek zou moeten kijken of die stip op de horizon – die in het leven van de klant dan steeds dichter bij komt – nog klopt of dat deze bijgesteld zou moeten gaan worden. Zeker bij grote wijzigingen, zoals baansverandering of een scheiding, is het nuttig even te kijken of de bakens verzet moeten worden.

Illusie

Ik ben het met Raaijmakers eens dat het een illusie is dat de we de Nederlander massaal zover krijgen dat hij een dergelijke exercitie vanaf zijn 30-ste periodiek gaat doen. Maar om het ‘te bereiken pensioen’ te gaan verzwijgen, is een brug te ver. Ik heb onlangs de UPO’s bekeken van een net gepensioneerde ambtenaar. Al op het exemplaar van tien jaar geleden stond keurig (ongeveer) aangegeven het bedrag dat hij vanaf dit jaar is gaan ontvangen. Stel nu dat hij dat gegeven niet had geweten en alleen was afgegaan op het ‘opgebouwde pensioen’ dan had hij zich onnodig zorgen gemaakt of was onnodig aanvullend financiële producten gaan sluiten. En hoe gaat het met zijn pensioen vanaf nu? Ja, hij moet afwachten of het ABP zijn pensioen indexeert. Maar zo niet, dan valt hij niet ineens in een zeer groot gat en hij kan zijn levenswijze aanpassen aan het geld dat hij wél ontvangt.

De oproep van Karin Raaijmakers past in het straatje van de verzekeraars en banken. Zonder inzicht in het ‘te bereiken pensioen’ kunnen deze partijen weer inspringen op de onzekerheid van de consument en wellicht onnodige producten verkopen.

Check af en toe

Het ‘te bereiken pensioen’ moet gewoon gecommuniceerd blijven worden. Wellicht met de nuance: ‘dit is een goede indicatie; check af en toe of het verandert.’

In plaats van dit soort oproepen te doen, moet Raaijmakers haar pijlen richten op verzekeraars. Aan mensen die een (individueel) pensioenkapitaal opbouwen en dat op pensioendatum om moeten laten zetten in (individuele) pensioenuitkeringen geven verzekeraars in die opbouwfase – zelfs tot kort voor de pensioendatum – een veel te rooskleurige opgave van het te verkrijgen pensioen. Uit betrouwbare bron weet ik dat verzekeraars het commercieel niet aandurven om consumenten al tijdens de opbouwfase het lage pensioen te laten zien.  Dat vervolgens de gepensioneerde met een absurd laag,  nooit meer te wijzigen ‘keurslijfpensioen’ de toekomst in gaat, deert de AFM blijkbaar niet. En dat verzekeraars laks zijn met het creëren van alternatieven (mag wettelijk sinds 1 september 2016),  daar doet de AFM ook niets aan.

De AFM moet meer gaan nadenken waartoe zij op aarde is: ter bescherming van de consument en niet om banken en verzekeraars in de kaart te spelen.

Rob Goedhart is voorzitter van Stichting Geldbelang