Direct naar inhoud

Pensioenbestuurders willen de brandstofmeter aanpassen, zodat het lijkt of er meer kerosine in de tank zit — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 30 september 2019

Het is een onzalig idee om de rekenrente te verhogen, schrijft Mathijs Bouman.

Nog geen toegang? Abonneer u op Pensioen Pro en krijg:

  • Onbeperkt online toegang tot pensioenpro.nl
  • Dagelijks het laatste pensioennieuws, achtergronden en opinie in uw inbox
  • Jaarlijks vier keer Pensioen Pro Magazine (inclusief de Vermogensbeheergids) in de bus
  • Volledig archief van Pensioen Pro en IPNederland vanaf 2009

1 reactie

  1. E. Daae
    5 jaar geleden

    Mathijs Bouman zou zich beter kunnen verdiepen in EU-regelgeving en de onjuiste omzetting van die regelgeving in de Pensioenwet.

    In de rechtszaak die de Stichting Pensioenbehoud en de KBO-Brabant, gesteund door Vereniging van Gepensioneerden Pensioenfonds PGB (VVG-PGB) en Vereniging van Oud Hoogovens Medewerkers (VOHM), tegen de Nederlandse Staat hebben aangespannen, wordt betoogd dat art. 15 van de Europese richtlijn IORP II, op basis waarvan de Staat voor de extreem lage rekenrente heeft gekozen, niet geldt voor het merendeel van de Nederlandse pensioenfondsen.

    Dit art, 15 van IORP II geldt alleen voor fondsen die dekking bieden tegen biometrische risico’s, of een beleggingsrendement garanderen of een gegarandeerd pensioen uitkeren en dus niet voor zogeheten CDC-/premieovereenkomsten.

    De meeste Nederlandse pensioenfondsen kennen geen gegarandeerd beleggingsrendement en gegarandeerde pensioenen, en het langleven risico wordt door het collectief van de deelnemers gedragen, niet door het fonds.

    Het zijn dus CDC-/premieovereenkomsten! Dit betekent dat art. 15 IORP II en de daaruit voortvloeiende wet- en regelgeving niet van toepassing is op de meeste Nederlandse pensioenfondsen. Wanneer de rechter dit standpunt volgt, vervalt de wettelijke basis onder de noodzaak van bevriezen en korten.

    Dit weten de pensioenfondsbestuurders natuurlijk ook wel, maar wellicht zijn zij bang dat DNB hen dan gaat dreigen met ‘hertoetsing’ van hun bekwaamheid – lees: meegaandheid met het door DNB gedicteerde beleid – als bestuurder.

    Toepassing van de risicovrije rekenrente is te beschouwen als het gevolg van een totaal andere kijk op risicobeheer. Vanaf begin deze eeuw is onder invloed van institutionele beleggers naar het risicobeheer gekeken door de beleggersbril.

    In het beleggingsperspectief is een pensioenverplichting een liquide verhandelbaar product dat los gezien moet worden van de pensioenuitvoerder. Het beleggersperspectief modelleert een pensioenverplichting als liquide verhandelbaar product. In de praktijk is een pensioenverplichting echter helemaal niet liquide verhandelbaar.

    Het uitgangspunt van het beleggersperspectief klopt dus niet met de werkelijkheid.
    Het uitgangspunt van het actuariële perspectief doet dat wel. Pensioen is een verplichting van één bepaalde partij die hij in principe zelf moet nakomen.

    Als een pensioenuitvoerder van zijn verplichtingen af wil zal dat alleen kunnen door onderhandelingen met verschillende partijen. Dat kan men zien als een klein pensioenfonds zijn pensioenreserves en -verplichtingen in zijn geheel overdraagt aan een grotere partij. Zo zij de Algemene Pensioenfondsen (APF’en) ontstaan die zich richten op het ‘opkopen’ van kleine pensioenfondsen. Meestal zijn APF’en onderdeel van een verzekeraar (bijv. Achmea).

U moet ingelogd zijn en een geldig abonnement hebben om een reactie te mogen plaatsen.